Het geldsysteem

Wat is er mis met ons geldsysteem?

Ons geldsysteem kent twee verschijningsvormen: chartaal geld en giraal geld. Chartaal geld vertegenwoordigt tastbare koopkracht aan toonder, die voornamelijk gebruikt wordt voor kleine transacties. Giraal geld bestaat uit binaire posities in de computers van het banksysteem.

Giraal geld reflecteert uitwisselbare koopkrachtposities, die omgezet kunnen worden in roerende of onroerende goederen dan wel chartaal geld of financiële titels. Deel­nemers aan het economische verkeer – zoals consumenten, bedrijven en overheden – ontlenen hun beschikking over geld aan een schuldpositie of een spaarpositie.

Dit artikel behandelt het merkwaardige fenomeen dat al het beschikbare geld in het banksysteem origineert als schuld en daarom een tijdelijk karakter heeft. De wijze waarop ons banksysteem functioneert kan in essentie geïllustreerd worden aan de hand van een eenvoudig voorbeeld.

Een onbewoond eiland

Stel, 12 personen spoelen aan op een onbewoond eiland. Een van hen stelt voor om een afstemmingssysteem in het leven te roepen, waarbij de hulp die ze elkaar onderling bieden centraal wordt verrekend via eiro’s. De initiatiefnemer stelt voor dat hij de eiro’s zal administreren tegen een kleine vergoeding en dat hij verder geen andere taak heeft. Hij noemt zichzelf bankier. De eiro’s komen niet fysiek in omloop, maar worden slechts administratief bijgehouden door de bankier.

Zodra een van de eilandbewoners eiro’s bezit, kan hij of zij hulp vragen aan bewoners die eiro’s willen bemachtigen. Eiro’s zijn op twee manieren te verkrijgen. Allereerst als tegenprestatie voor een geleverde dienst en daarnaast als lening bij de bankier. Verder wordt afgesproken dat de bankier 5% per jaar ontvangt over de eiro’s die bij hem geleend worden. Alle eilandbewoners starten zonder eiro’s.

Een van de bewoners neemt vervolgens het initiatief tot het bouwen van een huis met twaalf kamers. Alle andere bewoners helpen hem, behalve de bankier. Na een jaar is het huis af en leent de huizenbezitter 1.000 eiro’s van de bankier om aan ieder van zijn helpers 100 eiro’s te betalen. De bankier noteert dit in zijn bankboek en heeft zelf aan ieder van de huizenbouwers een schuld van 100 eiro’s. Per saldo heeft de bankier zelf namelijk geen eiro’s verworven. De eigenaar van het huis verhuurt vervolgens 11 kamers aan de overige bewoners voor 5 eiro’s per jaar.

Vanaf het tweede jaar ontvangt de eigenaar van het huis 55 eiro’s per jaar van zijn huurders, waarvan hij 50 eiro’s aan de bankier moet afdragen als rentevergoeding. Stel nu dat er verder geen eiro’s meer worden opgeno­men bij de bank en dat er onderling geen andere diensten meer zijn geleverd waarvoor eiro’s betaald worden. Na 20 jaar lang 5 eiro’s per jaar huur te hebben betaald, hebben de huurders geen eiro’s meer over. De bankier heeft inmiddels 1000 eiro’s aan rente ontvangen en 100 eiro’s aan huur betaald. Per saldo heeft de bankier 900 eiro’s.

De huisbezitter is het slechtst af. Hij begon met 1.000 eiro’s schuld en heeft ieder jaar 55 eiro’s huur ontvangen en 50 eiro’s rente moeten betalen. Hij heeft nu 900 eiro’s schuld aan de bankier en geen huurders meer. De bankier ziet dat de bezitter van het huis zijn verplichtingen niet meer kan nakomen en doet een afwikkelingsvoorstel. Hij stelt voor dat de huiseigenaar het huis aan hem verkoopt voor 900 eiro’s, zodat diens schuld aan hem vereffend wordt.

Door deze transactie zijn alle eiro-posities gladgestreken en heeft de bankier het huis in eigendom. Hij heeft nu – in de vorm van het huis – alle bezittingen op het eiland naar zich toe getrokken en is tevens de enige eilandbewoner die geen arbeid heeft geleverd om het huis te bouwen!

Dit voorbeeld laat zien dat door rente te rekenen terwijl de geldhoeveelheid hetzelfde blijft, uiteindelijk degene die het geld tegen een vergoeding als schuld in omloop heeft gebracht, het eigendom naar zich toe trekt.

En nu de praktijk

Bovenstaand voorbeeld is uiteraard sterk gesimplificeerd. De overeenkomst met de reële economie is gelegen in het feit dat in het gangbare banksysteem geld alleen als schuld kan ontstaan. Vandaar dat het huidige geldsysteem aangeduid wordt als een debt based monetary system. Geldschepping en schuldvorming zijn namelijk aan elkaar gekoppeld op een bankbalans en worden – evenals een tweeling – tegelijker­tijd geboren.

Een bankbalans omvat schulden van derden aan de bank en schulden van de bank aan derden. De bank rekent een hogere rentevergoeding over het uitgeleende geld dan over de toevertrouwde spaarmiddelen. Dit is – naast financiële speculatie en gespecialiseerde bancaire dienstverlening – het verdienmodel van de bancaire sector.

Verstrekt een bank een hypotheek van bijvoorbeeld € 250.000, dan neemt de activazijde van de bankbalans toe met dit bedrag. De bankbezitting die zo ontstaat, geeft de vordering weer van € 250.000 die de bank als hypotheeknemer heeft op de hypotheekgever. Aan de passiva-zijde ontstaat gelijktijdig een tegoed van € 250.000 dat de hypotheeknemer kan opnemen om de aankoop van het huis te betalen. Deze € 250.000 komt als gevolg van deze dubbele administratieve boeking in de reële economie als schuld in omloop.

Door deze gang van zaken wordt geen waarde gecreëeerd, zoals dat bij een productie-entiteit wel het geval is. Er zijn slechts wat cijfers veranderd in een computer.

Stel, de verkoper van een huis bankiert bij een andere bank dan de koper. De bank van de koper boekt het geld over naar de bank van de verkoper, en de balans van de bank van de koper krimpt vervolgens naar zijn oorspronkelijke omvang. De bankbalans van de bank van de verkoper is op zijn beurt met € 250.000 verlengd.

Als we naar het banksysteem in zijn totaliteit kijken, is zijn geconsolideerde balans­omvang dus nog steeds met € 250.000 toegenomen. De liquiditeitspositie van de bank van de koper is dan wel verminderd, maar de liquiditeitspositie van de bank van de verkoper is evenredig toegenomen. Per saldo is er geld gecreëerd zonder dat de totale bancaire liquiditeitspotentie noemenswaardig is afgenomen. Zo blijft het geld­scheppende vermogen van individuele banken na het gladstrijken van de dagelijkse onderlinge transferbetalingen nagenoeg intact.

Als onderdeel van de kredietovereenkomst neemt de bank als hypotheeknemer het huis in onderpand van de hypotheekgevende koper. De koper van het huis is goedbeschouwd de enige die waarde inbrengt bij deze transactie. De bank maakt slechts gebruik van zijn geldscheppings­privilege. Voor de verkoper van het huis is de € 250.000 die hij ontvangt een onbezwaarde bezitting, ondanks het feit dat het geld dat hij ontvangt zijn bestaan ontleent aan een schuldpositie van de koper ergens in het banksysteem.

Vanaf het moment dat geld als schuld ontstaat, neemt de totale geldhoeveelheid toe en kan het gaan circuleren in de reële economie. De verkoper van het huis koopt wellicht een nieuwe auto of gaat op vakantie. De totaal beschikbare geldhoeveelheid bepaalt samen met de omloopsnelheid ervan de economische activiteit gedurende een bepaalde periode. Als consumenten en producenten weinig vertrouwen hebben in hun toekomstige koopkracht en daarom minder geld uitgeven, daalt de omloop­snelheid van het geld en stagneert de reële economie. In de huidige schuldencrisis is er tot nu toe vooral sprake van een vertraging van de omloopsnelheid van geld.

De geldhoeveelheid en liquiditeitsprogramma’s

De negatieve druk op de beschikbare geldhoeveelheid die in omloop kan worden gebracht, wordt vooralsnog gecompenseerd door liquiditeitsprogramma’s van centrale banken. Deze programma’s wisselen vermogenstitels die in het bezit zijn van banken om in liquide middelen die direct in omloop gebracht kunnen worden. Het geldscheppingsproces bij de centrale banken verloopt hierbij volledig analoog aan het beschreven geldscheppingsproces van commerciële banken.

Door liquiditeit ter beschikking te stellen behandelen de centrale banken het bancaire systeemprobleem als een liquiditeitsprobleem, terwijl het vooral een solvabiliteits­probleem is. De kapitaalbasis van banken in relatie tot hun balanstotaal is namelijk volstrekt onvoldoende en neemt steeds verder af naarmate de schuldencrisis voortschrijdt. Het omwisselen van vermogenstitels in liquiditeit verandert hier niets aan. De omvang van de activa van de bank neemt hierdoor immers niet toe, zodat zijn netto-kapitaalpositie niet verandert.

De geldhoeveelheid en schuldenafbouw

Het is belangrijk te beseffen dat al het beschikbare girale geld in het huidige geld­systeem ergens een schuldpositie als tegenhanger heeft. Daar geld alleen maar kan ontstaan in de vorm van een schuldpositie in het banksysteem, kunnen schuld­posities binnen het banksysteem vervolgens alleen maar worden afgebouwd als er tegelijkertijd geld verdwijnt. Oftewel, als een schuld bij een bank wordt afgelost, verkleint dit de totale geldhoeveelheid met het afgeloste bedrag.

Geld en schulden zijn hierdoor vanaf hun ontstaan tot aan hun verdwijning onlos­makelijk met elkaar verbonden. Geldschepping gaat gepaard met bancaire balans­verlenging en een evenredige geld- en schuldtoename. Schuldenafbouw gaat gepaard met balansverkorting en een evenredige afname van de beschikbare geldhoeveelheid.

Vereffening van schulden tussen niet-bancaire instellingen heeft geen invloed op de geldhoeveelheid. Het uitgeleende geld dat vereffend wordt, bestond immers al in de vorm van besparingen. Het bancaire systeem brengt daarentegen geld als schuld in omloop dat voorheen niet bestond.

De geldhoeveelheid en rente

Al het geld dat in omloop is, vertegenwoordigt dus ergens in het bancaire systeem een schuldpositie aan een bank. Voor het als schuld in omloop gebrachte geld rekent de bancaire sector kosten, in de vorm van rente. Dit betekent dat de gehele elektro­nische geldhoeveelheid – die fungeert als intermediair bij transacties en als opslag­medium van waarde – beschikbaar wordt gesteld door private bancaire instellingen tegen een permanente vergoeding in de vorm van rente. Consumenten, producenten en overheden huren van private banken als het ware alle geldeenheden die nodig zijn voor het afstemmen van alle economische activiteiten.

Goedbeschouwd vragen banken geld voor binaire posities in een computersysteem. Daar de totale geldhoeveelheid voor 100% uit schulden bestaat, verdwijnt er door schuldaflossing continu geld uit omloop en moet er via nieuwe schuldposities voortdurend nieuw geld in omloop worden gebracht. Geen enkele eenheid geld is binnen het huidige monetaire systeem schuldenvrij en geen enkele eenheid geld is daarom permanent beschikbaar als medium of exchange. Alle geldeenheden zijn vergankelijk binnen dit geldsysteem.

Nieuwe geldeenheden komen binnen het vigerende geldsysteem dus door middel van leningen in omloop en verdwijnen weer uit omloop via de aflossing van diezelfde leningen. Als een nieuwe lening wordt aangegaan worden de geldeenheden voor de verschuldigde toekomstige rentebetalingen over die lening niet in omloop gebracht.

Dit systeem kan daarom slechts blijven bestaan als de geldhoeveelheid blijft toenemen via het in de markt zetten van steeds grotere bedragen aan nieuwe schulden. Zodra de geld- en schuldhoeveelheid constant blijft of afneemt, zijn er simpelweg op macroniveau te weinig geldeenheden in omloop om op microniveau zowel de uitstaande leningen af te lossen alsook de rentevergoedingen te voldoen.

Hier wordt de overeenkomst zichtbaar tussen het huidige geldsysteem en een piramidespel. Het gaat namelijk slechts goed zolang de instromende geldhoeveel­heid groter is dan de uitstromende geld­hoeveelheid. Als alle uitstaande schulden zouden worden afgelost, verdwijnt al het bestaande geld uit omloop en komt de economie volledig tot stilstand.

Via de verschuldigde rente op de uitstaan­de leningen ontstaat een tastbare claim van de bancaire sector op het voortbren­gende vermogen van de fysieke economie. Het banksysteem trekt veel koopkracht naar zich toe zolang het geaggregeerde schuldenniveau stijgt. Het bancaire mono­polie op het scheppen van geld veroor­zaakt deze machtsconcentratie.

Banken en de Staat

Dit geldscheppingsprivilege van de banken laat alle economische participanten, inclu­sief de soevereine Staat, betalen voor binaire posities die banken vrijwel kosteloos aanmaken in hun computersystemen. Dit geeft banken ook de ruimte om voor eigen rekening en risico te speculeren in de financiële markten ten koste van de fysieke economie met grote economische risico’s en hoge kosten voor de belastingbetaler.

Een toename van het absolute schuldniveau binnen een staatshuishouding is vanaf een bepaalde kritische grens alleen houdbaar als de schulden procentueel niet snel­ler stijgen dan het BBP van een land. Als schulden enkel zijn aangegaan om het voortbrengend vermogen van een land te vergroten, kan het schuldniveau in absolu­te termen blijven stijgen, omdat het dan als percentage van het BBP constant blijft of afneemt. Het geldscheppingsspel heeft dan geen tijdshorizon. Improductieve prijs­opdrijvende speculatie in bestaande activa, of het aangaan van overheidsschulden voor het financieren van maatschappelijke consumptie, betekent echter op den duur het einde van dit geldscheppingssysteem.

Zodra de toename van het totale schuldenniveau door financiering van niet-produc­tieve activa zijn einde heeft bereikt, gaan deze vermogensbestanddelen onherroe­pelijk in prijs dalen vanwege de geldschaarste die ontstaat. Dan blijkt al snel dat het bancaire systeem zelf hopeloos insolvabel is. Leningen kunnen niet meer afgelost worden en onderpanden blijken op grote schaal veel minder waard te zijn dan de uitstaande leningen waaraan ze gekoppeld zijn. Enorme afschrijvingen zijn dan uit­eindelijk onvermijdelijk.

Daar banken met flinterdunne kapitaalbuffers werken, omdat naast riante arbeids­voorwaarden alle schijnwinsten uit voorgaande geldscheppingsjaren via dividenden en bonussen inmiddels grotendeels zijn uitgekeerd, ontstaat systeembreed insol­ventie. De banken zijn dan feitelijk technisch failliet. Het bancaire systeem wordt vervolgens angstvallig overeind gehouden ter voorkoming van een sociaal-econo­mische chaos.

De reddingsmaatregelen variëren van directe kapitaalinjecties door overheden tot rentemanipulaties van centrale banken en komen alle ten laste van belastingbetalers en spaarders. De besproken geldscheppingsfunctie van het bankwezen gaat defini­tief haperen, waardoor de economische groei omslaat in een krimp.

De economie kan zelf geen nieuwe schulden meer opnemen, omdat geldschepping in het verleden onvoldoende richting de productieve activa is gegaan, zodat het BBP niet structureel gestimuleerd is. Private schulden worden daarom meer en meer gecollectiviseerd ten laste van de overheid. Dit gebeurt op een vervelend moment, omdat de belastinginkomsten door economische tegenwind afnemen.

Het systeemkarakter van het bankwezen introduceert een bijzondere maatschappe­lijke verantwoordelijkheid voor individuele banken. Vanwege de onderlinge financiële verwevenheid van de bankbalansen en de minimale kapitaalbuffers kan de onder­gang van één bank het complete banksysteem in gevaar brengen. Vergelijkbaar met een rij dominostenen waarvan er één omvalt. De ondergang van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008 laat zien wat dan de wereldwijde economische gevolgen zijn.

Vandaar dat men nu spreekt over banken die too big to fail zijn. Met name de grote bankinstellingen weten daarom dat ze impliciet opereren onder de dekking van een staatsgarantie. Deze situatie bevordert risicovol gedrag en levert daarom moral hazard op. Dit gegeven rechtvaardigt de vraag of zo’n belangrijke sociaal-econo­mische nutsfunctie als het in omloop brengen van geld wel voorbehouden moet zijn aan private instellingen met een korte-termijnwinstoogmerk.

De wet van behoud van ellende

De economie is sinds 2007 na vele tientallen jaren aan het einde van een super-schulden-cyclus gekomen. Het inflationary debt based monetary system heeft een omslagpunt bereikt en slaat om in een deflationary debt based monetary system. Kortom, de inflatie-gedreven groei van de economie gaat over in een deflatie-gedre­ven krimp.

Centrale banken proberen de reële rentestand nu zodanig te manipuleren dat hij negatief wordt. De kosten voor het aanhouden van schulden worden hierdoor vrijwel nihil. Japan zit al 20 jaar op dit spoor en is tot nu toe geen meter opgeschoten. Deze geldpolitiek maakt op den duur slechts zichtbaar dat de economie is aangeland in een gebied waar de wet van behoud van ellende werkzaam is.

Aflossingsproblemen blijven bestaan omdat nieuwe schuldposities worden gemeden vanwege het uitblijven van gezonde economische groei. De vraagzijde van de econo­mie wordt immers ondermijnd door de beschreven stagnatie van de geldhoeveelheid en haar omloopsnelheid, waardoor met name de (toekomstige) koopkracht van degenen die afhankelijk zijn van besparingen – zoals gepensioneerden – sterk afneemt. Gegeven de demografische samenstelling van de bevolking in de westerse wereld en Japan is dit een onoverkomelijk probleem.

En de toekomst?

In het huidige financiële systeem is één variabele uiteindelijk van dominant belang voor het wel en wee van onze economie: het schuldenniveau. Zodra dit niveau een finaal maximum heeft bereikt en vervolgens stagneert of afneemt krijgt men de economie niet meer blijvend aan de praat.

Het gehele monetaire systeem heeft dan een reset nodig, waarbij allereerst de schulden op een intelligente manier versneld moeten worden opgeruimd.

Vervolgens moet het huidige bancaire geldscheppingswezen volledig op de schop. Schuldgedreven geldschepping moet op zijn minst primair gericht zijn op een struc­turele toename van de toekomstige verdiencapaciteit van de economie. Of het wenselijk is dat het geldscheppingsprivilege gekoppeld wordt aan schuldcreatie via private bancaire instellingen met een korte-termijnwinstoogmerk, zal onderwerp van een mondiale politieke discussie moeten zijn.

Ook door Tros-radar is uitgebreid aandacht besteed aan dit onderwerp.

Wil je reageren op bovenstaand artikel, maak dan gebruik van het contactformulier en je commentaar wordt hieronder geplaatst.

Reacties:

Rente onmogelijk te betalen binnen dit geldsysteem

Er wordt in het artikel gesteld dat het onmogelijk is in het debt based money system om alle rente te betalen...

Falend geldsysteem wiskundig bewijs

Dat het geld terugvloeit naar de economie is hier principieel irrelevant, de vraag is naar waar het vloeit en hoeveel mensen er in bittere armoede...

Geld als schuld is juist goed

De Redactie schreef:
==
Ons geldsysteem kent twee verschijningsvormen: chartaal geld en giraal geld. Chartaal geld vertegenwoordigt tastbare koopkracht...

Alternatief systeem bedenken

Zijn er mensen die net als ik behoefte hebben aan het bedenken van een alternatief financieel systeem? Ik ben het volledig eens met het bovengenoemd artikel...

Omissies in het artikel arbeid en faillissement

Ik mis in dit artikel twee belangrijke factoren die fundamenteel zijn voor ieder geldsysteem...

Banken beheren het Nederlands rechtssysteem een uitermate kwalijke-zaak

Stop de togamaffia die bestuurd wordt door de banken. Banken beheersen niet alleen de geldstromen, maar via de verzekeringen ook zeer grote delen van de advocatuur...

Ondersteunende film over het geldsysteem

Een aardige animatiefilm die bovenstaande principes goed illustreert is ´money as debt´...

Het geldsysteem heeft een algemene reset nodig

Zeker. Of beter, stop de schuld-economie. Dit is onnatuurlijk: eerst geld, dan werk (en inkomen). Natuurlijk is: gij zult werken - even botweg - en...

Fout in het artikel falend geldsysteem

Een bank is een hypotheekgever, geen hypotheeknemer. In het stuk van het eiland staan ook een paar rekenfouten...

Geen speld tussen te krijgen

Een goed verhaal over de werkelijke oorzaak van de financiële crisis. Waarom hoor je niemand hierover? Al de oplossingen die nu worden aangedragen leiden eigenlijk tot niets...

Waar vind ik een engelse versie van dit zeer interessante artikel

Ik groeide op in Nederland, werkte voor meer dan 30 jaar in het Verre Oosten voor multinationals en woon de laatste (meer dan) 20 jaar in South Carolina, USA...

Extra’s

Zoek op deze site:

XML RSSAbonneer je via RSS
  • XML RSS
  • follow us in feedly

Deel, e-mail of print: